Emulatorsessies starten en beëindigen

In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe u een of meer emulatorsessies kunt starten en beëindigen.

Als u de configuratiegegevens hebt opgeslagen op de wijze die is beschreven in Configuratiegegevens opslaan, worden deze bewaard in een werkstationprofiel (WS-bestand). Dit bestand wordt afgebeeld in Sessiebeheer.

Opmerking:
Als u Personal Communications voor de eerste keer gebruikt of als er geen sessiepictogrammen in het venster Sessiebeheer beschikbaar zijn, raadpleegt u Sessies configureren om een nieuwe configuratie te maken.

Sessiebeheer

In Personal Communications krijgt u eenvoudig toegang tot de werkstationprofielen en batchbestanden via het venster Sessiebeheer. Met de functie Sessiebeheer kunt u een of meer sessies starten en nieuwe sessies of batchbestanden maken.

Opmerking:
In Sessiebeheer worden uitsluitend werkstationprofielen en batchbestanden afgebeeld die zich bevinden in de directory voor toepassingsgegevens die is opgegeven bij de installatie van Personal Communications. Zie Toepassingsgegevens voor meer informatie over toepassingsgegevens.

U kunt een Sessiebeheer-pictogram naar het menu Start van Windows slepen of naar het bureaublad. Selecteer een of meer sessies en versleep deze met de rechtermuisknop. Afhankelijk van de context wordt een menu afgebeeld wanneer de pictogrammen worden neergezet, zodat u de opties Verplaatsen of Kopiëren kunt kiezen of een snelkoppeling kunt maken. Als u een pictogram versleept terwijl u tegelijkertijd de linkermuisknop ingedrukt houdt, wordt het pictogram naar die locatie verplaatst. Als u een pictogram versleept terwijl u de linkermuisknop en de Ctrl-toets ingedrukt houdt, wordt het pictogram gekopieerd naar die locatie. Als u een pictogram versleept terwijl u de linkermuisknop en de Alt-toets ingedrukt houdt, wordt een snelkoppeling gemaakt voor het pictogram.

Gebruik indien mogelijk de optie voor de snelkoppeling. Verplaatsen en kopiëren van het bestand beïnvloedt de locatie (en dus ook de functie) van het profiel. Wanneer u in plaats van het maken van een snelkoppeling een profiel kopieert naar het bureaublad, hebt u in feite een ander profiel gemaakt. Wijzigingen die u aanbrengt in het profiel op het bureaublad, worden niet doorgevoerd in het oorspronkelijke profiel (en vice versa). Bovendien wordt het profiel op het bureaublad bewaard in de bureaubladmap (niet in de map met toepassingsgegevens) en verschijnt het niet in Sessiebeheer. De oorspronkelijke versie van het profiel blijft aanwezig in Sessiebeheer.

Opties voor Sessiebeheer

De opties voor Sessiebeheer zijn onder andere beschikbaar via menu's in de menubalk en via het menu dat wordt afgebeeld wanneer u op de rechtermuisknop drukt. U kunt ook de weergave van de Sessiebeheer-gegevens aanpassen en sessies of batchbestanden importeren in de directory voor toepassingsgegevens van Personal Communications.

Menu's van Sessiebeheer

In de menu's van Sessiebeheer zijn de volgende opties beschikbaar:

Bestand
Directory wijzigen
Hiermee kunt u bestanden uitvoeren die zijn opgeslagen in een andere directory dan de directory voor toepassingsgegevens van Personal Communications.
Importeren
Hiermee kunt u sessies of batchbestanden kopiëren naar de directory voor toepassingsgegevens van Personal Communications. Daarna kunnen de geïmporteerde bestanden worden afgebeeld in het venster Sessiebeheer.
Beeld
Sessies
Hiermee beeldt u alle geldige werkstationprofielen af met de standaardextensie WS die zich bevinden in de directory voor toepassingsgegevens.
Meerdere sessies
Hiermee beeldt u alle geldige batchbestanden af met de standaardextensie BCH die zich bevinden in de directory voor toepassingsgegevens.
Alle extensies
Als u deze optie kiest, worden alle meervoudige sessies en profielen afgebeeld die zich in de directory met de toepassingsgegevens bevinden.
Verborgen
Met deze optie worden bestanden afgebeeld die eerder verborgen waren. Dit doet u door met de rechtermuisknop op de menuoptie te klikken. Als deze optie is geselecteerd, worden verborgen sessies afgebeeld als grijze pictogrammen. Als deze optie niet is geselecteerd, worden de bijbehorende pictogrammen niet afgebeeld.
Grote pictogrammen
Hiermee beeldt u grote sessiepictogrammen af in Sessiebeheer.
Kleine pictogrammen
Hiermee beeldt u kleine sessiepictogrammen af in Sessiebeheer.
Details
In de kolommen op het venster worden de onderstaande gedetailleerde sessiegegevens afgebeeld. De breedtes van de kolommen kunnen desgewenst worden aangepast.
  • Bestandsnaam
  • Extensie
  • Type (sessie of batchbestand)
  • Beschrijving (de gegevens die zijn opgegeven in het veld Description= in het WS-bestand)
  • De volgende sessiegegevens worden niet afgebeeld voor batchbestanden.
    • Hostnaam (voor SNA bevat deze kolom het ACG-bestand)
    • Hosttype (het hosttype dat bij de sessieconfiguratie is opgegeven in het venster voor het aanpassen van de communicatie)
    • Interface (de interface die bij de sessieconfiguratie is opgegeven in het venster voor het aanpassen van de communicatie)
    • Aansluiting (de aansluiting die bij de sessieconfiguratie is opgegeven in het venster voor het aanpassen van de communicatie)
    • Sessietype (printer of beeldstation)
  • Gewijzigd (de datum/tijd van de laatste wijziging van het bestand)
Vernieuwen
Als u een sessie of batchbestand handmatig naar de directory voor toepassingsgegevens kopieert, moet u Sessiebeheer vernieuwen om de nieuwe bestanden te kunnen bekijken.

Menuopties via rechtermuisknop (Contextueel)

De volgende opties zijn beschikbaar wanneer u met de rechtermuisknop op het pictogram van een of meer sessies drukt.

Starten
Hiermee start u de geselecteerde sessies.
Wissen
Hiermee wist u de geselecteerde sessies. Bij de instellingen van het systeembeleid moet u gemachtigd zijn om via Sessiebeheer sessies te wissen.
Verbergen/Afbeelden
Hiermee kunt u sessies verbergen of juist afbeelden. Als u verborgen sessies wilt bekijken, kiest u Beeld -> Verborgen. De pictogrammen van verborgen sessies worden in het venster grijs afgebeeld.
Wijzigen
Deze optie is uitsluitend beschikbaar wanneer een of meer batchbestanden zijn geselecteerd. De batchbestanden worden afgebeeld in de werkstand Wijzigen. Bij de instellingen van het systeembeleid moet u gemachtigd zijn om via Sessiebeheer batchbestanden te kunnen wijzigen.

Sessies starten

U kunt de volgende methoden gebruiken om sessies te starten:

Opmerking:
Berichten over de status van de verbinding worden afgebeeld op een statusbalk onder aan het sessievenster tijdens de verbinding met de host.
Starten vanaf het pictogram Sessie starten of configureren
Kies Programma's -> IBM Personal Communications -> Sessie starten of configureren uit het menu Start. Selecteer de gewenste sessie in het venster Sessiebeheer en kies Starten.
Starten vanuit een bestaand sessievenster
Als u vanuit een bestaand sessievenster een sessie wilt starten, gaat u als volgt te werk:
Nog een sessie starten met hetzelfde profiel
Kies Zelfde sessie starten uit het menu Bestand. Er wordt een nieuwe sessie met hetzelfde profiel gestart.
Nog een sessie starten met een ander profiel
  1. Kies Andere sessie starten uit het menu Bestand.

    Het venster Ander Werkstationprofiel Openen wordt afgebeeld.

  2. Dubbelklik op het gewenste werkstationprofiel in de lijst Bestandsnaam.
  3. Kies OK.

    Er wordt een andere sessie gestart met het profiel dat is opgegeven in stap 2.

Ander sessietype starten vanuit een sessievenster
  1. Kies Openen uit het menu Bestand.
  2. Geef het gewenste werkstationprofiel op en kies OK.

    De huidige sessie wordt beëindigd en een nieuwe sessie wordt gestart met het opgegeven profiel.

Starten met behulp van een opdracht
U start een sessie vie de volgende procedure:
  1. Open een DOS-opdrachtprompt.
  2. Typ de opdracht:
        PCOMSTRT /P=x:\AppData\mijn.WS

    Hierbij is mijn.WS het werkstationprofiel dat is opgeslagen in de directory voor toepassingsgegevens die is opgegeven bij de installatie. Dit is de enige verplichte parameter.

    Opmerking:
    Als u de parameter /p meerdere malen opgeeft, gebruikt PCOMSTRT alleen de laatste om een profiel (WS-bestand) te starten.

    Raadpleeg voor een beschrijving van alle parameters de publicatie Administrator's Guide and Reference.

U kunt Personal Communications ook starten met de startopdracht voor de module PCSWS.EXE (zie Parameters van PCSWS.EXE.

Meerdere sessies starten

Als u het hulpprogramma Meerdere sessies hebt geïnstalleerd, kunt u het batchprogramma PCSWS.EXE gebruiken om met behulp van een batchbestand (BCH-bestand) twee of meer werkstationprofielen tegelijk te starten. In Personal Communications kunt u ook andere programma's starten door in een batchbestand de desbetreffende opdrachten op te nemen. Dit is vooral handig als u aan het begin van een sessie altijd een bepaalde toepassing wilt starten. Misschien wilt u bijvoorbeeld een toepassing starten die gebruikmaakt van een API van Personal Communications, zoals ZipPrint.

Opmerking:
Bij de instellingen van het systeembeleid moet u gemachtigd zijn om nieuwe batchbestanden te maken.

Als u een pictogram voor het opgegeven batchbestand hebt gemaakt, dubbelklikt u op het pictogram in Sessiebeheer of u selecteert het pictogram en kiest Starten.

Parameters van PCSWS.EXE

Bij het maken of wijzigen van een batchbestand kunt u de onderstaande opties gebruiken.

Opmerkingen:
  1. Als u de parameter /S gebruikt om bijvoorbeeld A als verkort sessie-ID toe te wijzen, moet u deze optie gebruiken voor alle sessies in het batchbestand. Zo voorkomt u dat een eerder gestarte andere sessie Sessie A wordt, wat tot gevolg heeft dat de sessie met de parameter /S=a niet kan worden gestart omdat er zich een conflict voordoet tussen de verkorte sessie-ID's. U kunt dit conflict ook voorkomen door een hogere letter in het alfabet toe te wijzen aan het verkorte sessie-ID.
  2. U kunt meerdere parameters instellen bij het starten van sessies. Aan/uit-parameters worden aangeduid door één teken.

Batchbestanden maken

U maakt een batchbestand via de volgende procedure:

  1. In het venster Sessiebeheer kiest u Meerdere nieuwe sessies. U kunt een nieuw batchbestand ook starten door via het Windows-menu Start achtereenvolgens IBM Personal Communications -> Hulpprogramma's -> Meerdere sessies te kiezen.

    Het venster Batchbestand maken/wijzigen verschijnt.

  2. Er zijn meerdere methoden om profielen of programma's op te nemen in een batchbestand:

    Personal Communications plaatst het volledige pad en de opdracht waarmee het werkstationprofiel of een ander programma wordt gestart, boven de cursor in het invoergebied. Als er geen cursor wordt afgebeeld, wordt de opdracht toegevoegd achter de laatste regel.

    Als u de inhoud wilt bekijken van het profiel dat u hebt toegevoegd aan het batchbestand, selecteert u dit profiel in de keuzelijst Bestandsnaam en klikt u op Bekijken of op het vergrootglas.

    Opmerking:
    Boven in het invoergebied Items in batchbestand verschijnen enkele korte instructies. U hoeft deze niet te verwijderen, want ze hebben geen invloed op de werking van het batchbestand.

    Er is één uitzondering -- als u de Japanse versie van Personal Communications gebruikt, moet u deze instructies wissen. U doet dit door Bestand -> Nieuw te kiezen in het dialoogvenster Batchbestand maken/wijzigen voordat u de bestanden toevoegt.

  3. Herhaal stap 2 voor elk volgend bestand dat u toevoegt.
  4. Als u klaar bent met de wijzigingen, kunt u het batchbestand bewaren door Opslaan te kiezen uit het menu Bestand.

    Het venster Batchbestand Opslaan als wordt afgebeeld.

  5. Voer een naam in voor het batchbestand (*.BCH).

    De opgegeven naam wordt gebruikt als pictogramnaam, tenzij u ook een beschrijving opgeeft.

Hieronder ziet u een voorbeeld van een batchbestand waarmee zes werkstationprofielen worden gestart die zich bevinden in de directory voor toepassingsgegevens. Vervolgens wordt MIJNAPP.EXE uitgevoerd.

C:\dir\PCSWS.EXE C:\dir\COAX1.WS /Q
C:\dir\PCSWS.EXE C:\AppData\COAX2.WS /I
C:\dir\PCSWS.EXE C:\AppData\SLAN1.WS
C:\dir\PCSWS.EXE C:\AppData\SLAN2.WS
C:\dir\PCSWS.EXE C:\AppData\AS4Y1.WS
C:\dir\PCSWS.EXE C:\AppData\VT220.WS
C:\APPL\MYAPP.EXE

Hierbij is C:\AppData de directory voor toepassingsgegevens die is opgegeven bij de installatie en dir de installatiedirectory.

Weergaven met meerdere sessies opslaan

Met het venster Batchbestand maken/wijzigen kunt u meerdere sessieweergaven vastleggen. Dit doet u door het formaat en de locatie van een sessievenster te wijzigen (maximaal 26 vensters) en Weergave vastleggen te kiezen. Geef een naam op voor de weergave en kies Weergave opslaan in het installatievenster van de weergave. U kunt maximaal acht weergaven opslaan. Verder kunt u eerder opgeslagen weergaven wissen uit de lijst in het venster Weergave instellen.

Als een weergave in gebruik is wanneer u op Weergave opslaan klikt, wordt die weergave direct gebruikt en wordt u niet nog eens gevraagd die op te slaan.

Batchbestanden starten

Als u een batchbestand wilt uitvoeren, kunt u kiezen uit de volgende methoden:

Bestaande batchbestanden bewerken

U bewerkt als volgt een bestaand batchbestand:

Meerdere sessies starten zonder batchbestand

U start als volgt meerdere sessies zonder gebruik te maken van een batchbestand:

  1. Start Sessiebeheer.
  2. Selecteer de pictogrammen voor de sessies en kies Starten. U kunt meerdere pictogrammen selecteren met de muis als u gelijktijdig de Ctrl-toets ingedrukt houdt.
  3. Nadat er verbinding met de host is gemaakt, kiest u een van de opties uit het menu Bestand:

Automatisch sessies starten

U start als volgt automatisch een of meer sessies:

  1. Kies uit het menu Start de optie Instellingen -> Taakbalk.
  2. Kies de tab Programma's van het menu Start en vervolgens Toevoegen.
  3. Kies Bladeren en open vervolgens de directory voor toepassingsgegevens die is opgegeven bij de installatie.
  4. Wijzig het bestandstype in Alle bestanden.
  5. Dubbelklik op het sessiepictogram of het pictogram voor het batchbestand.
  6. Kies Volgende en dubbelklik op de map Opstarten.
  7. Accepteer de naam van het pictogram of typ een nieuwe naam.
  8. Kies Voltooien en vervolgens OK als u klaar bent.

U kunt het Sessiebeheer-pictogram ook naar de map Opstarten slepen als snelkoppeling.

Sessies beëindigen

Als u een sessie wilt beëindigen, klikt u op de X in de rechterbovenhoek, dubbelklikt u op de linkerbovenhoek van het sessievenster of kiest u Afsluiten uit het menu Bestand.

Om meerdere sessies tegelijk te beëindigen kiest u Alles afsluiten uit het menu Bestand. Alle emulatorsessies worden beëindigd en de bijbehorende sessievensters worden gesloten.

Sessies kunnen ook worden beëindigd met een opdracht:

  1. Kies Uitvoeren uit het menu Start of open een MS-DOS-venster.
  2. Geef een van de volgende opdrachten op:
    PCOMSTOP /S=x  
       PCOMSTOP /ALL

    Hierbij is x de sessieletter voor de te beëindigen sessie. Gebruik ALL om alle actieve sessies te beëindigen. Raadpleeg de publicatie Emulator User's Reference voor een volledige beschrijving van alle andere parameters.

Opmerking:
Als u een Telnet-sessie stopt, wordt de bijbehorende printersessie automatisch beëindigd wanneer deze optie is geselecteerd bij de sessieconfiguratie. Raadpleeg Bijbehorende printersessies voor meer informatie van het automatisch sluiten van een bijbehorende printersessie.